Voor elk boek dat tijdens de book club wordt gelezen vragen we aan een van onze leden om een review te schrijven van het boek. Zo kan iedereen die niet aanwezig was toch een beetje meegenieten! Voor onze vijfde boekenclub lazen we een klassieker, A Tale of Two Cities van Charles Dickes. Milou van Oene vertelt je over het boek.

1470218_341826919293003_2109217223_n

Dat de titel van Charles Dickens’ boek letterlijk van toepassing is op mijn eigen situatie, was nog niet eerder tot me doorgedrongen. A Tale of Two Cities. Pas nu realiseer ik me dat niet alleen de schrijver het verhaal opgedeeld heeft in twee steden, maar ik ook. Een klein Deens dorpje vormde het toneel voor de eerste hoofdstukken en Rotterdam, metropool aan de Maas, deed dat voor de rest van het boek.

Een nachtelijke postkoets, briesende paarden en bange uren. Op het Deense platteland wilde het lezen maar niet vlotten. Het was kerst en de decadentie spatte af van alledag. De vileine Franse markies doodde achteloos een kind, wij een eend en een hele trits cacaobomen. Het leed van de armen? Nu even niet. Zonder veel gewetensbezwaar zwoor ik de nobele kunst van het aandachtig klassieker-lezen voor een paar dagen af, als was ik zelfzuchtig Frans bourgeois.

Eenmaal terug in de stad van de harde werkers en de doordouwers hernam ik mezelf. Discipline! Onderwerping! En zowaar: ik werd gegrepen. Dickens laat de lezer bijna dagelijks kennismaken met nieuwe, markante personages. Dokter Manette en zijn lieflijke en toegewijde dochter Lucy. Hoe kan het ook anders dat zowel de meelijwekkende Engelse advocaat Mr. Carton als de charmante Fransoos-in-disguise Mr. Charles Darnay dingen naar haar hand? Ach, vrouwen vallen al sinds jaar en dag voor de charmes van de Franse man. Als een kirrende Jane Birkin die zich overgeeft aan de versierkunsten van Serge Gainsbourg plooit Lucy zich naar de wil van Charles. Haar vader knijpt ondertussen een oogje toe. Dat had hij beter niet kunnen doen, want wij weten allemaal dat er alleen maar ellende van is gekomen. Dood en verderf in Parijs bepalen de tweede helft van het boek, waarbij La Guillotine zo vaak ten tonele verschijnt dat zij van de weeromstuit een persoonlijkheid cadeau krijgt. Zij spaart ook ons gezelschapje niet.

Dickens schreef A Tale of Two Cities in 1859; de verfilming verschijnt in 1935. Hoewel het boek wel gezien wordt als het meest serieuze uit Dickens’ oeuvre, kan ik niet anders dan grinniken wanneer ik me de uitgewerkte filmkarakters voorstel. De lijzige Lucy, slijmerig blond ding. Darnay, met een wuft Frans accent. Madame Lefarge, met haar eeuwig pinnige gezicht en al even puntige breinaalden. ‘The Vengeance’ (‘De Vergelding’), die heeft vast een horrelvoet. Miss Pross, de dienstbare huishoudster van de Manettes, met haar onmiskenbare mannelijke trekjes. En zo, wellicht onbedoeld, heeft Dickens me aan het lachen gemaakt. Ik wil de film niet zien; dat zou mijn fantasie maar bederven. Voor nu blijf ik maar wat graag in de veronderstelling dat het decor van de geschiedenis, hoe bloederig ook, altijd maar de achtergrond is voor het toneelstuk van de mens.

Milou van Oene
Ctrl Art Delete

mm
Author

Bored to Death book club is set up by two sisters who love to read and have nothing better to do than to start a book club.